Home > Toespraken > Toespraak, uitgesproken door burgemeester Arnoud Rodenburg tijdens de herdenking bij het Oorlogsmonument in Maasland op 4 mei 2019

Toespraak, uitgesproken door burgemeester Arnoud Rodenburg tijdens de herdenking bij het Oorlogsmonument in Maasland op 4 mei 2019 (04-05-2019)

De vlag hangt halfstok. We staan hier bij elkaar ter nagedachtenis aan hen die er niet meer zijn. In de namen die geschreven zijn op het monument herdenken wij allen die vielen in de strijd voor onze vrijheid. Burgers, militairen die in ons Koninkrijk of waar ook in de wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Ze voerden allen een moedige strijd “Den Vaderland Getrouwe”. Om de vrijheid terug te krijgen. De vrijheid die in ons vaderland 5 jaar weg was. De vrijheid die we alweer bijna 75 jaar ervaren. Dankzij hen. We mogen ze eeuwig dankbaar zijn. Daarom zijn we stil.

We zijn stil als de muziek gestopt is, de woorden gesproken zijn en de trompet het begin van de stilte aankondigt. Een indrukwekkend moment ieder jaar weer. Een moment van massale stilte, overal in ons Koninkrijk der Nederlanden. Met elkaar in onze dorpen geven we uiting aan die verbondenheid.

We voelen de verbondenheid in stilte, twee minuten. Maar we voelen ook een verbondenheid die ons vraagt om goed met de vrijheid om te gaan, het hele jaar. Niet als vanzelfsprekendheid, maar als een opdracht op er actief vanuit te leven. De vrijheid door te geven aan elkaar. Door elkaar de ruimte te geven en te respecteren. Je mag er zijn in onze samenleving. Je hebt immers alle mogelijkheden om te doen en laten wat je wilt, je kunt je mening geven, je mag je stem laten horen, je wordt gehoord. De mogelijkheden zijn bijna onbegrensd.

Je dit vandaag realiseren maakt je tegen de achtergrond van de verschrikkelijke tijd van de Tweede Wereldoorlog die letterlijk alles in ons leven begrensde stil. Heel stil eigenlijk.

Wij herdenken vandaag 4 mei 2019 opnieuw de slachtoffers die vielen in die oorlog. Opa’s, oma’s, vaders, moeders, kinderen die geen vrijheid meer hadden. Of nog veel erger, mensen in onze samenleving die er niet mochten zijn, ze moesten onderduiken. Ze sloegen op de vlucht in eigen land. Ze werden slachtoffers van een regime waarbij alles in je lijf zegt dat je daartegen in verzet moet komen. We zijn vanavond in gedachten bij hen.

Strijders die de strijd gestreden hebben, onschuldige slachtoffers. Zoveel jaren geleden alweer en steeds staan we hier. Als mensen, levend in vrijheid dichtbij, maar verder weg in onze wereld staat bij de mensen oorlog helaas dichterbij dan vrijheid. Die is ver weg.

Daar vallen nog steeds slachtoffers. Daar laten nog steeds strijders het leven in hun opdracht daar ook vrede te brengen. Waar aanslagen, groot en klein in de wereld, dichtbij en ver weg, je steeds doen schrikken. Slachtoffers die vallen door aanzetten tot haat en verderf, de aanzetten tot het omverwerpen van democratische rechtsstaten. Alles in je zegt dat je daartegen in verzet moet komen. Samen verbonden, laten we onze stem in de stilte van straks horen, in onze gedachten zijn we bij de slachtoffers, bidden voor hen, voor hun familie. Maar ook om kracht voor strijders die zich vandaag wereldwijd inzetten tegen alles wat leven in vrijheid bedreigt.

We zingen straks ons volkslied, een lied van onze nationale verbondenheid. We zingen het samen met onze harmonie uit volle borst. Het eerste couplet zeker. Een couplet dat kracht uitstraalt. “Den Vaderland getrouwe, blijf ik tot in den dood”.

Het tweede couplet zingen we vaak iets zachter. Het is ook het couplet waar persoonlijk gevoel bij komt, een traan soms. Een gevoel van persoonlijk verdriet wellicht. “Mijn schild ende betrouwen, zijt gij, o God mijn Heer, op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmer meer”.

“Mijn schild”, ik kan me erachter verschuilen, het weert het kwaad af. “Mijn Betrouwen”, ik kan en mag me aan Hem toevertrouwen. Ik mag me veilig voelen. Dat mag je geloven. “Op U zo wil ik bouwen en verlaat mij nimmer meer”. Deze zin is moeilijker, want je kunt je soms wel heel erg verlaten voelen, bij verdriet. Maar hoe erg ook, je staat nooit alleen. Er staan altijd mensen om je heen. Mensen die de kracht hebben om er voor je te zijn, mensen die je kracht geven voort te gaan. In moeilijke tijden. Of je gelooft of niet. Of je het gelooft of niet. Het kan een hand zijn, een warme blik, een arm om je schouder en even samen stil zijn. Want stilte is zoveel krachtiger dan de kracht van wat gezegd zou kunnen worden.

In die krachtige stilte zijn wij hier bij elkaar. In die stilte zijn we ook verbonden met anderen thuis die de nationale herdenking op de televisie volgen. Of vrienden en vriendinnen op andere plekken, misschien ook wel denkend aan de stilte op de mobiele telefoon. Samen stil zijn. Dan mogen we beseffen dat de “Tirannie verdreven is die velen harten doorwondde”. We leggen kransen en bloemen ter nagedachtenis.

Tegelijkertijd mogen we ook weten dat we vrij zijn. Dat we mogen leven in vrijheid. En die vrijheid geven we door. Van oud aan jong. Van opa’s aan vaders, van oma’s aan moeders, van ouders aan kinderen. Aan elkaar. Zo leven we in vrijheid en dat vieren we morgen 5 mei volop. Op Bevrijdingsdag, de vlag in top. Daarom mogen we elkaar straks als we van hier gaan, aankijken, de hand schudden en zeggen: “Leve de vrijheid”.

Maasland, 4 mei 2019

Contact

Gemeente Midden-Delfland
Anna van Raesfeltstraat 37
2636 HX Schipluiden

gemeente@middendelfland.nl

(015) 380 41 11 of

Laat ons u bellen!

Whatsapp: 06 82047571

Openingstijden

Meer contactgegevens