Home > Toespraken > Toespraak, uitgesproken door wethouder Hans Horlings tijdens de herdenking in Schipluiden op 4 mei 2019

Toespraak, uitgesproken door wethouder Hans Horlings tijdens de herdenking in Schipluiden op 4 mei 2019 (04-05-2019)

Toespraak tijdens de herdenking in de Dorpskerk

Morgen vieren wij de vrede, 74 jaar na de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog. Maar wij kunnen die bevrijding niet vieren zonder stil te staan bij alles wat daaraan vooraf ging. Wij denken aan landgenoten die om het leven kwamen in de strijd of door verzetsdaden, in gevangenschap, door represailles, bij luchtaanvallen, door de hongerwinter en de miljoenen die werden vermoord in concentratiekampen.

Met het einde van de Tweede Wereldoorlog was de vrede niet vanzelfsprekend. De geschiedenis wijst uit dat de ene vrede meteen al de volgende oorlog kan uitlokken. En dat het bestrijden van onrecht vaak aanleiding blijkt te zijn voor nieuw geweld. Het is dan ook een inspanning om vrede te bewaren. Vrijheid is niet een gegeven, vrijheid is een opdracht.

Onze vrijheid komt tot uitdrukking in wettelijk vastgelegde rechten waarover iedereen kan beschikken. We hebben het recht om te denken wat je denkt, te geloven wat je gelooft en te zijn wie je bent. Maar met het in de grondwet verbieden van discriminatie  zijn intolerantie, racisme, seksisme niet vanzelf uit onze samenleving verdwenen.

Precies honderd jaar geleden werd nog een grondrecht ingevoerd: het algemeen kiesrecht. Daarmee was het recht om te kiezen er niet langer afhankelijk van of je voldoende salaris of bezit hebt, en of je man bent of vrouw. Het is dan ook een groot goed dat iedereen eens in de zoveel jaar zelf mag kiezen door wie hij of zij vertegenwoordigd wordt. Maar kiezen doe je niet alleen in het stemhokje. Kiezen doen we iedere dag. En de vraag is steeds: welke keuzes maken wij?

Nobelprijswinnaar Elie Wiesel, overlevende van Auschwitz, waarschuwde in veel van zijn publicaties voor het gevaar van zwijgen en wegkijken. Het tegenovergestelde van vrede, stelt hij, is onverschilligheid. Vrede wordt bedreigd door het niet maken van keuzes, door onverschilligheid jegens de medemens en de samenleving. Door weg te kijken maken we onrecht mogelijk. Daarin schuilt een bittere les uit het verleden, maar vooral ook een belangrijke opdracht voor de toekomst. Wij kunnen onze vrijheden alleen behouden als we ons gezamenlijk bekommeren om onze grondrechten, als we daadwerkelijk staan voor gelijke rechten voor iedereen en voor het recht je te organiseren ook op basis van levensovertuiging. En het vereist dat we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de kwaliteit van onze samenleving, we zorg willen bieden aan wie dat nodig hebben en we onze leefomgeving daadwerkelijk willen beschermen. Daarvoor moeten we dan wel keer op keer bewust kiezen.

Wie zijn ogen sluit voor het verleden, is blind voor het heden. Wij danken onze vrijheid aan mensen die niet onverschillig bleven, maar ervoor kozen tegen het onrecht in te gaan. Willen wij de vrijheid blijven vieren, dan moeten we ons bewust blijven van waartoe onverschilligheid heeft geleid en op grond daarvan steeds onze keuzes maken.

Toespraak tijdens de herdenking bij het Oorlogsmonument

Dit jaar is het 80 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog begon. Eerst hoopten we dat de oorlog aan Nederland voorbij zou gaan, maar enkele maanden later bleek die hoop ijdel. Het was een oorlog die zich kenmerkt door onderdrukking, verschrikkingen en ontberingen. Vandaag herdenken we de slachtoffers; we denken in het bijzonder aan militairen die sneuvelden in de strijd in de eerste oorlogsdagen, aan de bemanning van koopvaardijschepen die de strijd op zee voortzetten, aan verzetsstrijders die zich opofferden om de bezetter te hinderen of om hun medemens te helpen, aan de miljoenen die naar werkkampen en concentratiekampen werden afgevoerd om nooit meer terug te keren, en aan mensen die omkwamen bij luchtaanvallen, door represailles of die bezweken tijdens de hongerwinter.

Het aantal slachtoffers is zo groot, dat het eigenlijk niet te bevatten is zonder verhalen te vertellen over wat mensen tijdens deze oorlog overkomen is. Het zijn verhalen over moed, naastenliefde en zelfopoffering. En over geknakte levens, over ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Wij moeten hun verhaal blijven vertellen, zodat de herinnering levend blijft. Want wie de herinnering aan de oorlog vergeet, verliest de bevrijding.
Wij zijn vertrouwd met de –door boeken en films– zelfs internationaal bekende verhalen over mensen als Anne Frank en Hannie Schaft. Maar er zijn ook de verhalen over mensen dicht bij huis, uit onze eigen gemeenschap. Ik wil er nu twee uitlichten.

Theo van der Stap uit Den Hoorn was 25 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Direct na de capitulatie wilde hij de strijd tegen de Duitse bezettingsmacht voortzetten en sloot zich aan bij een verzetsgroep. Zo kort na het begin van de oorlog waren er weinigen die in verzet kwamen, velen wachtten af of werkten mee met de bezetter. Theo van der Stap was een man met lef: al voor de oorlog had hij een vliegbrevet en scheerde met een vliegtuigje over het dorp om indruk te maken. Hij had ook lef in zijn verzetsdaden: hij spioneerde voor de Engelsen, smokkelde wapens en blies Duitse installaties op. In april 1941 werd hij door de Gestapo opgepakt en gevangen gezet, eerst in Scheveningen en later in Amersfoort. Op 3 mei 1942 –gisteren 77 jaar geleden– werd hij doodgeschoten, 27 jaar oud. Enkele uren voor zijn dood schreef hij een afscheidsbrief, die voor generaties een voorbeeld was van wat er in de oorlog gebeurde en hoe dat werd beleefd. Er wordt over Theo van der Stap wel gezegd dat hij onvoorzichtig was, misschien wel roekeloos, maar hij deed wel verzetswerk waar anderen zich schuil hielden. Hij betaalde daarvoor de hoogste prijs. Eerder dit jaar werd de brug tussen de Looksingel en de Victoria in Den Hoorn naar hem vernoemd.

Kees Waardenburg uit Schipluiden was 19 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Hij was een bijzonder moedige jongeman en streed in de meidagen van 1940 als pelotonscommandant onbevreesd tegen de oprukkende Duitsers. Postuum werd hij daarvoor onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Na de capitulatie besloot hij naar Engeland te gaan om daar vandaan verder te strijden tegen de bezetter. Zijn tweede poging om als Engelandvaarder de Noordzee over te steken was in 1941 succesvol, nadat bij de eerste poging het schip waarop hij voer was vastgelopen en door de Duitse marine was teruggestuurd. In Engeland aangekomen werd Kees Waardenburg opgeleid tot piloot bij de Britse Royal Airforce en hij nam succesvol deel aan diverse bomaanvallen en gevechten in de lucht. Voor zijn bekwame, moedige, initiatiefrijke en volhardende activiteiten, oog in oog met de vijand, kreeg hij als piloot maar liefst drie oorlogsonderscheidingen:  het Bronzen Kruis, het Vliegerkruis en de Distinguished Flying Cross. Die laatste onderscheiding werd hem opgespeld door de Britse koning George VI. Kees Waardenburg verongelukte op 30 augustus 1944 vlakbij zijn thuisbasis Vliegveld Dunsfold. Hij was toen 23 jaar oud.

De namen van Theo van der Stap en Kees Waardenburg staan, samen met 12 anderen uit onze gemeente die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen, op het monument  hier achter mij. Op het monument staan ook de namen van drie militairen uit onze gemeente die omkwamen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië. Zij waren daar ingezet voor orde en vrede. “Niemand heeft groter liefde gehad  dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden”, verwoordt het monument.

Dit jaar is het ook 40 jaar geleden dat voor het eerst Nederlandse militairen werden ingezet voor een vredesmissie van de Verenigde Naties. Die eerste missie was in Libanon en zou gevolgd worden door vele andere, met name op de Balkan en in Oost-Europa, in het Midden-Oosten en in West- en Oost-Afrika. Zelfs op dit moment zijn 716 Nederlandse militairen voor missies in het buitenland om bij te dragen aan vrede, aan vrijheid en veiligheid in de wereld.
Gelukkig zijn er bij VN-vredesmissies geen militairen uit onze gemeente omgekomen. Dat wil niet zeggen dat deze militairen –en de mensen om hen heen– niet worden geconfronteerd met gevolgen van deelname aan zo’n missie. De ervaring van de oorlog waarin zij terechtkwamen, alles wat zijzelf en hun kameraden daar hebben meegemaakt, laat soms heel diepe sporen achter.

Marco Borsato zong “Na de winter komt de lente, wordt de grijze lucht weer blauw; maar al ben je uit de oorlog, gaat de oorlog ooit uit jou?”. Dat zijn mooie woorden die kernachtig beschrijven waarmee veel mensen kampen die oorlogssituaties aan den lijve hebben meegemaakt. En daarom denken wij vandaag ook aan hen.

Contact

Gemeente Midden-Delfland
Anna van Raesfeltstraat 37
2636 HX Schipluiden

gemeente@middendelfland.nl

(015) 380 41 11 of

Laat ons u bellen!

Whatsapp: 06 82047571

Openingstijden

Meer contactgegevens